Alles in puin, alles

Veteraan Richard Legierse (1973) kon kiezen: 12 maanden dienstplicht of 9 maanden dienstplicht met een uitzending naar het voormalige Joegoslavië. Hij hoefde niet na te denken. Hoe korter, hoe liever. En die uitzending leek hem wel spannend.

Zo gebeurde het dat hij in februari 1993 als verbindingsman op het vliegtuig naar Zagreb werd gezet. De Bosniëoorlog had verschrikkelijk huis gehouden en de VN-vredesmacht UNPROFOR werd ingezet om de wankele vrede te bewaken.

Alles kapot

De aankomst was een enorme schok. “Je komt in Zagreb aan en stapt achterin een vrachtwagen. Ik weet nog goed dat we Vukovar binnenreden. Alles in puin, alles. De bomen, de gebouwen, de verkeersborden… niets meer overeind. Wat is hier gebeurd?”

Richard is een goed verteller, met een nauwelijks te stuiten woordenstroom. Maar nu hapert zijn stem. “Echt, alles kapot.” Het is alsof hij de geruïneerde stad weer voor zich ziet. “In een paar uur tijd word je van een jongetje een man.”

Trillende ramen

Soldaat Legierse werd met een tiental andere Nederlanders toegevoegd aan een Russisch bataljon op een verlaten vliegveld in Klisa, op de grens van Servië en Kroatië. “De Russen verbleven in shelters op de landingsbaan. Ons communicatiecentrum was gevestigd onder de verkeerstoren. Er werd tijdens onze uitzending niet meer actief gevochten. Maar de rookpluimen rond het vliegveld en de trillende ramen vertelden dat er nog steeds schermutselingen waren tussen de Serven en de Kroaten.

Van tijd tot tijd werden er gewonden en gesneuvelden binnengebracht. Het was de taak van de Russen om de partijen uit elkaar te houden. Wij rapporteerden alles. Iedere aanval, iedere granaat, iedere gewonde of gesneuvelde. Alles legden we vast. Deze waarnemingen zijn later gebruikt bij de rechtzaken tegen de Servische generaals.”

Met stenen bekogeld

Richard kan er maar niet over uit dat verschillende bevolkingsgroepen elkaar zo hartgrondig kunnen haten. “Je wilt niet weten hoe de Servische vrouwen die ons met de was hielpen over de Kroaten spraken… verschrikkelijk.” Ook de bittere armoe trof hem diep.

“We besloten een keer om van ons overvloedige voedsel uit te delen aan de mensen in het naburige dorp. Die mensen waren wel dankbaar, maar jongeren bekogelden ons met stenen. Niet iedereen was kennelijk blij met onze aanwezigheid. Bij een Servisch checkpoint werd de loop van een oude tank op ons gericht. De onderlinge kameraadschap is dan ontzettend belangrijk om je erdoor te slepen.”

Het leven gaat door

Een spannende uitzending, zeker. “Je wordt ineens uit je beschermde wereldje midden in de ellende geplaatst. Je ziet voor het eerst de slechte kant van het leven en van de mens. Als je na 6 maanden terug komt denk je: waar maken de mensen zich druk om! En je verbaast je,” (en weer hapert zijn stem even) “dat het leven hier gewoon is doorgegaan. Daarom vond ik het thuiskomen best lastig. Toch had ik de uitzending niet willen missen.”

Huib Neven